Fugler strikking, oftewel vogels breien

Afgelopen oktober kwam het nieuwste boek van Arne & Carlos uit: Vogels breien. En hoewel ik vanaf het eerste moment fan ben van deze twee mannen, liep ik nog niet direct warm voor dit boek.  Ik bedoel, vogels breien? Wat moet ik daar nu mee? En hoeveel verschillende vogels staan er dan in? Is dit echt een toevoeging? Inmiddels ben ik de trotse eigenaar van het boek, en ik kan je zeggen dat de vogeltjes knetter leuk zijn!


Kosmos Uitgevers is niet zo vlot met naald en draad

Kosmos is de uitgever van dit leuke boek, maar ook van heel veel andere creatieve boeken. Kijk maar eens even in je eigen hobbykast, hoeveel boeken heb jij van deze uitgever staan? Ze zijn dus goed bezig daar! Maar hoewel ze heel goed zijn in het uitgeven van boeken, zijn ze zelf niet zo vlot met naald en draad (zijn hun eigen woorden). Daarom vroegen ze de hulp van hun fans op Facebook.  Uit meer dan 50 reacties kozen ze 10 mensen, die vogeltjes mochten breien (die zij kunnen gebruiken als promotiemateriaal), en daar was ik er 1 van. Joepie! Super leuk.

De voorbereiding

Ervaring met het breien van Arne & Carlos patronen heb ik wel, maar de vogeltjes waren dus nog nieuw voor mij. Via de mail kreeg ik het patroon van de koolmees, en het garen mocht ik zelf uitzoeken. Voor eerdere patronen van deze heren gebruikte ik de Lambswool van Phildar, maar omdat ik twijfelde over de kleur geel, koos ik voor Rico Baby Classic DK in de volgende kleuren: gebroken wit (2), geel (47), grijs (55) en zwart (99).  Op een bolletje van 50 gram zit 165 meter en is geschikt voor naalden 3,5-4 mm. Ik koos voor 5 dubbelpuntige bamboenaalden 3,5mm. In het boek adviseren ze om naalden te gebruiken die iets kleiner zijn dan het garen aangeeft, dit omdat het breisel iets vaster moet worden ivm het vullen. Als het breiwerk te los is, dan is dat niet mooi. Daarbij komt dat ik vrij vast brei, en mijn proefje op 3mm werd te vast en hard, dus daarom koos ik voor 3,5mm. Welke naalden jij moet gebruiken is dus even uitproberen. Het garen bestaat voor 50% polyamide en 50% acryl, en daar had ik in het begin een beetje moeite mee. Je voelt heel goed dat het een acylgaren is, en eigenlijk ben ik daar niet heel erg aan gewend om mee te werken. Maar ik moet ook eerlijk zeggen, dat het resultaat erg mooi is, en je uiteindelijk niet meer zo merkt dat het veel acryl is.

Het gehannes van breien met 5 naalden

Breien met 5 naalden is gewoon een gehannes, ik kan het niet mooier maken dan het is. Er zijn een aantal zaken waar je goed je aandacht bij moet houden:

  • De eerste toer is lastig, en je moet goed opletten dat je steken niet gedraaid op de naalden zitten voordat je de eerste toer sluit.
  • Vervolgens wordt het een wirwar van naalden. Je hebt namelijk de steken op 4 naalden staan, en met de 5de brei je. En mij gebeurt het wel eens dat ik zo enthousiast ben, dat ik ineens nog maar met 4 naalden brei. Op zich geen probleem, maar sommige toeren staan per naald beschreven, en dan is het handiger als ze ook gewoon op 4 naalden staan.
  • Als volgende obstakel kun je te maken krijgen met kleurwisselingen. Die zijn gelukkig mooi te zien en te volgen dmv het telpatroon. Goed tellen dus.
  • Als dat allemaal goed gaat, dien je ook de meerderingen en minderingen in de gaten te houden, dit zul je gelukkig ook zien aan het telpatroon. Kan je het nog bijhouden?
  • Nou als dat allemaal is gelukt, wil ik je nog 1 aandachtspuntje geven (alsof we er nog niet genoeg hadden). Bij het fair isle breien (het inbreien van verschillende kleuren in 1 toer) is het belangrijk dat je lussen aan de achterkant van het werk niet te lang worden. Dat houd in dat je wanneer je meer dan 4 steken geen kleurwisseling in het patroon hebt, je de werkdraden 1 keer om elkaar heen draait. Dit houd de draden mooi op spanning, en voorkomt dat je breiwerk gaat trekken, of te los wordt.

Je ziet dat je bij het breien goed je aandacht erbij moet houden! Maar gelukkig zijn ze niet zo groot, dus je bent zo klaar met breien. Het leuke van deze vogeltjes is ook dat je gelijk een soort hiel leert breien (de buik van het vogeltje). Dus mocht je ooit nog eens sokken willen breien (net als ik) en zie je heel erg op tegen de hiel (net als ik)? In dit boek leer je 1 manier.

Zo’n vogeltje is een hele bevalling

Wanneer al het bovenstaande is gelukt, dan is het tijd om het vogeltje vorm te gaan geven. Stomen, opvullen, opmazen, draadjes wegwerken, oogjes borduren, snaveltje maken en als laatste de pootjes maken. Hoe je de pootjes maakt staat erg goed omschreven in het boek, met veel foto’s erbij, maar Arne & Carlos hebben er ook een heel leuk filmpje over gemaakt. Ik heb er in ieder geval erg om moeten lachen: klik hier voor het filmpje.
En dan zijn er zowaar 2 vogeltjes geboren. Natuurlijk mochten ze ook even naar buiten om op de foto te gaan, maar helaas moesten ze daarna in het doosje om opgestuurd te worden naar Kosmos.
Als dank kregen we allemaal het boek Vogels breien opgestuurd, en dat is natuurlijk het allerleukste. Er staan nog zoveel meer prachtige vogeltjes in het boek, meer dan 50 verschillende! Maar ik denk dat de volgende vogel die ik maak toch een iets makkelijkere gaat worden. Misschien een zeldzame paradijsvogel met pailletten en veertjes?

Wie weet komen we binnenkort ergens één van mijn gebreide koolmeesjes tegen. Het eerste pimpelmeesje heb ik al gespot! Heb jij hem ook al gezien?

1 reactie

  1. Hoi, ben bezig met het basispatroon maar ik kom er niet helemaal uit bij de buik. Er stast dat je heen weer moet breien, dus je breit geen 14 toeren, maar 28? En wat betekend ‘ haal de 1e steek losjes af’?
    Alvast bedankt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2019 Miss Knitwit

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑