Leren breien in het Textielmuseum

Ja, je leest het goed: ‘leren breien in het Textielmuseum”.  Alleen heb ik zelf niet leren breien (hoewel ze in het begin wel dachten dat ik daarvoor kwam, waarschijnlijk omdat ik nog zo jong ben), maar ik heb geholpen anderen te leren breien. Eind januari plaatste het Textielmuseum een oproepje dat ze op zoek waren naar een paar breigrage mannen of vrouwen, om leerlingen van het ROC te assisteren bij het leren breien.  Omdat ik dezelfde opleiding heb gedaan, voelde ik mij enorm aangesproken om hierbij te helpen en meldde ik mij aan.

Uitleg

De leerlingen van het ROC gaan een traject van 8 weken volgen op het gebied van breien in het Textielmuseum. Er zijn 2 groepen, een ochtend- en middaggroep. In het leslokaal gaf Veronica, museumdocent, een introductie over verschillende breisels en uitleg voor de komende 8 weken. In de eerste 2 weken leren ze, met onze begeleiding, handbreien. Daarna gaan ze aan de slag met vlakbreien op de machine en ze mogen een ontwerp maken voor de rondbreier in het Textiellab (wat echt uniek is om te doen!). Dan komt er nog iets aan bod met indigo (blauw pigment) en als eindstuk gaan de leerlingen een kraag maken, in de breedste zin van het woord. Ik ben eigenlijk wel super nieuwsgierig wat hier uit gaat komen, maar ik zal alleen tijdens de eerste 2 weken aanwezig zijn.
Na deze uitleg mochten de studenten zelf aan met ‘stokjes en draad’.

Proeflapje

Tijdens de eerste les maakten we nog niks spannends, een proeflapje was denk ik al uitdaging genoeg. Het opzetten is natuurlijk al gelijk een lastig dingetje en het leek mij het makkelijkste om breiend te leren opzetten. Waarom? Omdat je dan al gelijk een deel van het uiteindelijke breien leert. We zetten 16 steken en begonnen met steeds recht breien. Een gedreven studente wilde meer steken opzetten, maar ik verzekerde haar dat dit toch echt wel genoeg was (daar kreeg ik later ook gelijk in).  Elke keer al er iets ‘mis’ ging, brak er lichte paniek uit: “help, ik heb mijn steek laten vallen”. Dit bleek nauwelijks het geval te zijn, meestal hadden ze een steek niet goed gebreid of alleen maar over gezet op de andere naald. Niks aan de hand dus.

Nadat ze het recht breien een beetje onder de knie hadden, gingen we verder met de averechte steek. Dit vonden de breisters-in-spé iets lastiger. We gingen vervolgens de naalden afwisselen, recht, averecht, recht, averecht etc. En bij elke naald was weer de vraag: “moet ik nu weer het eerste doen (recht) of die andere (averecht)?” Ik begrijp heel goed dat dit lastig te zien is. Ik kan mij nog herinneren dat ik in het begin ook het verschil niet kon zien en steeds moest opschrijven waar ik was elke keer dat ik mijn breiwerkje weg legde, haha.

Na een aantal naalden ontstond er een mooie tricotsteek en ik moet zeggen dat elk proeflapje er netjes uit zag. Natuurlijk zaten er bij sommigen wel wat foutjes en gekkigheidjes in, maar over het algemeen ging het heel goed. Als laatste breiden we een 2×2 boordsteek. Dit ging ook best goed, maar bij sommigen versprong de boordsteek na een paar toeren. En toen waren de 2,5 uur al weer voorbij, en moesten we nog snel even afkanten.

Na een heerlijke lunch en een snel rondje door het museum, gingen we verder met de tweede groep. Hierbij deden we uiteraard precies hetzelfde.

Strikje breien

Een week later was het tijd voor de tweede les. In deze les gingen we een strikje maken. Heel eenvoudig: 16 steken opzetten, vervolgens minderen naar 4 en daarna weer meerderen naar 16. Vorige week zagen we al verschil tussen de ochtend- en middaggroep. Daarom kozen we ervoor dat we bij de ochtendgroep elke naald gingen minderen en bij de middaggroep alleen bij de rechte naalden. Bij de middaggroep hebben ze zelfs nog verschillende manieren van minderen en meerderen gebreid. Daarna was er nog even tijd om een stukje ajour te breien, of een andere steek te proberen.

Ik was werkelijk verbaasd dat de leerlingen het zo snel oppakten en in een relatief korte tijd ook veel geleerd hebben. Nu is nog de vraag of ze er echt mee doorgaan of de pennen zo snel mogelijk in de hoek gooien, maar ik hoop natuurlijk op het eerste! Ik vond het erg leuk om alle leerlingen te mogen helpen met het leren van een bijzondere handwerktechniek.

Extra groep: Sint Lucas

Na de eerste lesdag vroeg Veronica of we misschien nog wilde helpen met een andere groep leerlingen: van het Sint Lucas in Boxtel. En omdat dit zo goed bevallen was, leek het mij erg leuk om deze groep ook te assisteren. Toen wij, begeleiders, aankwamen in de klas, waren de leerlingen al begonnen……. Ja, echt, ze waren al aan het opzetten. En hiervoor waren we al een beetje gewaarschuwd. Deze studenten doen een textielopleiding en hebben vanaf dag 1 leren breien, en doen dat ook regelmatig voor hun opleiding of vrije tijd. Daarmee waren wij als begeleiders bijna overbodig. Het proeflapje was geen enkele uitdaging, en sommige begonnen al met wat extra steken. Deze groep was zo enthousiast en gedreven, wat erg leuk is om te zien. Helaas kan ik er bij de tweede les niet bij zijn, maar ik weet zeker dat het met deze leerlingen helemaal goed komt.

Rafelranden

Tussen de lessen door konden we ons vrij door het museum bewegen. En natuurlijk maak je daar dan even gebruik van. Met name het Texiellab vond ik interessant. In een grote hal staan er allerlei brei- en weefmachines, en het mooiste is, is dat het grootste deel van deze machines ook echt in bedrijf zijn. Er worden onder je eigen ogen rollen stof geproduceerd, maar ook worden er kunstwerken uitgewerkt. Zo ontzettend gaaf.
Naast het Textiellab was er ook de expositie ‘Rafelranden’ te zien. Ik moet bekennen dat ik voornamelijk snel naar deze tentoonstelling heb gekeken en niet echt inhoudelijk heb gelezen waar het over gaat. Gelukkig staat er van alles op de website van het museum: Rafelranden

Het beeld wat, denk ik, toch wel centraal staat voor deze tentoonstelling is het sculptuur ‘Armor’ van Heringa en Van Kalsbeek (zie foto’s). Het is geïnspireerd op de rijk versierde hoofdtooien van traditionele Chinese bruiden, maar gemaakt van een metalen constructie die is versierd met gelaserde en hars overgoten vleugels van stof, felrode pompons en bonte blikjes. De achterkant is echter niet zo mooi en deze tegenstelling staat centraal in hun werk.

De tentoonstelling Rafelranden is nog te zien tot 28 mei 2017. Wil jij binnenkort gratis naar het Textielmuseum? Dat kan! Op woensdag 15 maart zijn de Tweede Kamerverkiezingen en dan is het ook mogelijk om in het Textielmuseum te stemmen. Iedereen die daar zijn stem komt uitbrengen, krijgt een toegangskaartje waarmee je tot 22 maart 2017 het museum gratis kan bezoeken. Super actie, toch?

 

2 reacties

  1. Leuk verslag. Herkenbaar, ik was een van de andere begeleiders (V; want geen mannen).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2019 Miss Knitwit

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑