In mei bracht ik mijn eerste bezoek aan de zusters van Onze Lieve Vrouwe Abdij in Oosterhout. Dit betrof een openstelling van de tuinen rondom het klooster. Klinkt niet zo heel spannend, maar toch was het erg bijzonder. Niet alleen vanwege de prachtige tuinen, maar ook omdat dit niet heel gebruikelijk is om deze tuinen te bezoeken (het hek blijft normaal gesproken dicht). Om de betrokkenheid en belangstelling van het klooster te bevorderen werd deze dag georganiseerd. Ik kan je vertellen: de belangstelling was erg groot!

Waarschijnlijk ook omdat je regelmatig langs de muren van het klooster komt, maar nooit hebt kunnen zien wat er achter ligt. Nou, het is groot en mooi. Heel mooi. Zo is er een behoorlijk meer (met brug) en zijn er prachtige bomenlanen, fruitbomen, bloemenstruiken en mooi aangelegde tuintjes. Het was heel bijzonder om dit te kunnen en mogen zien en ik snap dat die zuster dat prachtige stukje Oosterhout voor zichzelf houden ūüėČ . Mocht er ooit weer een open tuindag bij het klooster zijn, het is echt een aanrader!


Textieldag

Een paar weken na deze mooie ervaring bezocht ik de abdij opnieuw. Deze keer voor een Textieldag. Door de sluiting van het restauratieatelier (waar met name veel gobelins gerestaureerd werden) en de afslanking van het paramentenatelier (liturgisch naaldwerk), werd er een grote opruimactie gehouden. Ook de weefzolder was toe aan opruiming. En omdat niet alle (waardevolle) materialen bewaard konden worden, werden deze verkocht op de markt. De entree voor het klooster was ‚ā¨5,-, maar deze kreeg je direct weer terug als zijnde een waardebon. Daarnaast was er nog een tentoonstelling met producten en foto’s uit de verschillende handwerkateliers.

Er was enorm veel belangstelling voor deze textieldag (heb bijna een uur in de rij gestaan om naar binnen te gaan) en dat was geheel terecht. De tentoonstelling was niet mega groot, sterker nog, ik ben er de eerste keer straal langs gelopen. Gelukkig heb ik het de tweede ronde wel gevonden. Zo knap wat die zusters kunnen.  Ik was werkelijk onder de indruk. Zo gedetailleerd, het lijkt wel geschilderd.

Groot en divers aanbod 

Naast de tentoonstelling was er ook nog een markt. In de kloostergangen stonden tafels met allerlei verschillende materialen uitgestald: garens, knopen, bandjes, borduurwol, weefgetouwen, naaimachines etc. Er was zoveel te zien. Ik moest mij enorm inhouden om niet met een mega tas materiaal weer weg te gaan. Wel wilde ik iets bijzonders kopen uit de abdij. Gewoon als soort aandenken ofzo. En geloof mij, dat is zeker geluk!

Bijzondere vondst

Wat ik heb gekocht:

  • Breinaaldenkoker Dat is op zich niet zo bijzonder (behalve dat je die dingen bijna nergens kan kopen), maar wel een super hip kleurtje.
  • DMC borduurgaren¬†Ook weer in een paar hippe kleurtjes die ik leuk kan gebruiken voor mijn “1 year of stitches
  • Klosje goudgaren Gewoon omdat ik het klosje zo schattig vind
  • Kaartje bronsgaren Omdat die heel bijzonder is……

Hoezo is dat kaartje met bronsgaren nou zo bijzonder? Het was eigenlijk het eerste wat ik zag toen ik bij de markt aan kwam. Niks bijzonders zou je denken. Het is een kartonnetje met een stukje garen erop gewikkeld. Maar mijn oog viel op iets anders. Namelijk de tekst op het kaartje.

Rechtsonder staat Oosterhout (waar ik woon en waar de abdij is), niet zo heel spannend. Maar linksonder staat Leijsenhoek. En dat is de straat waar ik mijn wolwinkel heb gehad. Ik werd er gewoon emotioneel van. Maar waar komt dan dat kaartje vandaan? En wat zijn die letters die erop geschreven zijn? En hoe komt het in het klooster terecht? Ik weet dat er ver voor mijn tijd nog een wolwinkel heeft gezeten op de Leijsenhoek. De eigenaresse daarvan heeft haar stoomgoed nog bij mij in de winkel gebracht. Zou dit daar vandaan komen?

Wat is het nu?

Mijn nieuwsgierigheid was enorm gewekt. Ik moest hier meer van weten. Er werd een zuster ingeschakeld die hier misschien iets meer vanaf zou weten. Na een aantal speculaties over dit kaartje (en mijn verhaal over mijn winkel in deze straat) werd eerst duidelijk waar de letters voor staan: Z.N. = Zalig Nieuwjaar. Toen zagen we de naam onder het garen: Bruijns. Wie is Bruijns? Een zuster misschien? Nee, helaas, geen zuster. Ik ga het jullie vertellen!

Het kaartje is een doodgewoon visitekaartje. Van de familie Bruijns, die woonde op de Leijsenhoek. In de periode voordat de kerstkaarten een gewoonte waren, gaven mensen elkaar een visitekaartje om elkaar zo een Zalig Nieuwjaar te wensen. Dit kaartje is wellicht aan een zuster gegeven door de familie Bruijns. En zoals de zuster mij toen vertelde: “binnen de kloostermuren wordt alles nu eenmaal gerecycled, dus is het toen gebruikt om wat restanten garen op te winden”. Niet zo romantisch als gehoopt, maar wel een leuk verhaal.

De geschiedenis in

Uiteraard was ik nog steeds nieuwsgierig naar de afkomst van dit kaartje en ik heb nog wat meer onderzoek gedaan om te achterhalen wie A. Bruijns en H. A. Bruijns-Gorissen nu zijn. Zou daar iets over te vinden zijn? Jazeker!
Antonius Bruijns en Helena Antonia Gorissen trouwden in 1899 en gingen wonen aan de Leeuwenstraat (een zijstraat van de Leijsehoek en mijn winkeltje grensde aan deze straat).  Op de plek waar café De Kloek was, begonnen zij een stalhouderij en via de huisarts werd de heer Bruijns gevraagd met een ambulance ziekenvervoer te willen regelen. Daarbij vroeg de kerk of hij er ook het rouwvervoer aan toe wilde voegen en zo groeide het bedrijf uit tot vervoersbedrijf.

De kleinzoon nam het bedrijf over, wat inmiddels was uitgebreid met een benzinestation, uitgiftepunt van goederen en een uitvaartonderneming. Oma (Helena) Bruijns runde er ondertussen ook nog een hotel. In 1990 verhuisde het bedrijf omdat de ambulances in het centrum niet zo handig waren, en in 2003 specialiseerde het bedrijf zich in de uitvaartverzorging.  Daar kennen heel veel mensen de naam Bruijns waarschijnlijk wel van.

Voor wie nog meer over de geschiedenis van de familie Bruijns wil lezen, kijk eens op deze site:¬†de auto van m’n opa¬†Best wel leuk om over een stukje historie van de de stad te weten te komen.

Ik vond het in ieder geval heel leuk om zoiets historisch te vinden in de abdij. De missie om iets bijzonders mee terug te nemen is dus zeker geslaagd (of eigenlijk niet, het is een visitekaartje, haha). Hebben jullie ook wel eens zo’n bijzondere vondst gedaan op het gebied van handwerken? Vertel mij er over! Ben erg nieuwsgierig.